Geschiedenis schaatsen

Nederland schaatsland, in de prehistorie schaatsten de mensen al in Nederland. Dit is bewezen door gevonden Glissen, een glis is een primitief glijmiddel(eerste schaats) wat gemaakt is van dierlijke botten. De mensen toen der tijd gebruikten dit om sneller zich over het ijs te bewegen.

Schaatsen volkssport. Schaatsen werd in de middeleeuwen meer bekend en kan ook wel een moderne sport genoemd worden in deze tijd. In het jaar 1446 zijn de oude verslagen gevonden van een schaatswedstrijd. Schaatsen was voor iedereen, jong en oud, rijk en arm.

De 80-jarige oorlog en de Gouden Eeuw. De Spanjaarden waren gewend om tijdens de winter steden te belegeren omdat zij dan door de koude en het ijs makkelijker de steden konden binnenvallen. Zij hadden echter niet gerekend op de schaatskunsten van de Nederlanders die op deze wijze hun bevoorraading voort konden zetten. De Spanjaarden waren heel erg onder indruk van dit. Alva gaf op een gegeven moment zelfs de opdracht om de Spaanse soldaten ook van schaatsen te voorzien, maar dit was niet zo’n groot succes.

Schaatsen brak nu ook door in de 16de en 17de eeuwse kunst. Schilders zoals Rembrandt schilderden schaatsers in een natuurlijke houding. En er zijn ook veel schilderijen en tekeningen bewaard gebleven uit die tijd waar het winterlandschap en het schaatsen op afgebeeld werden. Dichters schreven ook over het schaatsen, dichters zoals Vondel, Hooft en vooral Bredero.

18de eeuw – 19de eeuw
In de 18de eeuw kan met het begin van de Elfstedentocht vinden. Deze werd toen echter heel anders gereden zoals nu (de moderne Elfstedentocht hebben wij te danken aan Pim Mulier). De schaats bleef tot ver in de 19de eeuw het snelste vervoermiddel in Nederland.

Er werden vele wedstrijden gereden en deze werden vaak georganiseerd door kasteleins die een taveerne of herberg langs het water hadden. Zij kregen op wedstrijddagen een heleboel gasten en klanten en de zaken vaarden er zo wel bij.

Wat opviel was dat vrouwen en mannen op het ijs eigenlijk gelijk waren dit in tegenstelling tot de verhoudingen in de wereld. Vrouwenwedstrijden waren aan het begin van de 19de eeuw erg populair in Groningen en Friesland, hier kwamen veel deelnemers en vooral ook toeschouwers op af. In 1809 kwamen er protesten over de kleding van de vrouwen, die zou te veel laten zien en dit zou onbeheersbare driften van stedelingen kunnen veroorzaken, op het platteland waren ze immers wel wat gewend. Het bleek trouwens dat ze in Friesland zowie zo wel veel nuchterder en minder calvinistisch waren dan in Holland want toen Aletta Jacobs in Amsterdam wilde schaatsen werd ze door veel mensen raar aangekeken, maar er gingen nu wel meer vrouwen in Holland schaatsen.

In de 19de eeuw was het ook heel normaal dat er “voor spek en bonen” gerden werd. Dit moet heel letterlijk genomen worden. Arme mensen reden voor levensmiddelen, brandstoffen of kledingstukken een wedstrijd. Deze wedstrijden zorgden voor veel vermaak onder de toeschouwers. Als men bijvoorbeeld kijkt naar een deelnemerslijst van zo’n wedstrijd in Leeuwaarden op 21 januari 1893 zijn er veel bejaarden en mensen met meer dan 10 kinderen die mee doen. Later ging men ook beschaafdere wedstrijden rijden, waar jongeren voor armen en bejaarden reden (een soort sponsorwedstrijd). Met de wedstrijden was ook veel prijzengeld te verdienen en vaak werden vooraf ook al afspraken gemaakt tussen de schaatsers wie er die dag zou winnen. Dan werd de opbrengst gedeeld. Met de opkomst van de moderne sport aan het einde van de 19de eeuw verschenen ook de zogenaamde elite-clubs die zich afwendden van het volkse karakter van de schaatssport. In 1882 werd de Koninklijke Nederlandse Schaats Bond opgericht en tien jaar later werd de Internationale Schaatsunie (op initiatief van Pim Mulier) opgericht. De tegenstelling tussen de eliteclubs en de lokaleclubs bleef lang bestaan. Er zijn nu (1999) nog steeds lokale clubs die niet aangesloten zijn bij de bond. Een van de grootste drempels om aansluiting te zoeken bij de bond is het opgeven van de grote prijzen gelden.